Het stadsbestuur zegt in haar Woonvisie dat Rotterdam op dit moment te veel ‘goedkope’ woningen heeft – maar er is een veel bredere groep aangewezen op en/of woonachtig in de goedkope woningvoorraad, dan in de Woonvisie wordt voorgespiegeld.

Niet enkel huishoudens met recht op huurtoeslag (primaire doelgroep), maar alle huishoudens met een inkomen tot € 35.000 per jaar hebben recht op een sociale huurwoning en maken nu en in de toekomst ook gebruik van de goedkope woningen binnen deze voorraad. Daarnaast mag 20% van deze huizen ook verhuurd worden aan hogere inkomens.

Grafiek met aantallen huishoudens en woningen in Rotterdam

190.000 Rotterdamse huishoudens hebben toegang tot de sociale huurvoorraad en van alle goedkope woningen is 1/3 particulier bezit en/of koop en dus niet (per definitie) bestemd voor de primaire doelgroep. Er zijn dus nog minder woningen daadwerkelijk beschikbaar voor de verschillende inkomensgroepen dan de cijfers in de Woonvisie laten zien.

Door een tekort aan beschikbare, betaalbare woningen betaalt nu 18 procent van de Rotterdamse huurders te veel voor zijn woning (CBS-cijfers 2016). Die huurders houden dus nu al te weinig geld over voor andere belangrijke zaken als zorg, eten, kleding en sociale activiteiten.

De wachttijden voor woningzoekenden in de sociale huursector zijn nu 4 tot 8 jaar (gegevens corporaties). Door de voorraad met 20.000 betaalbare woningen te verminderen is de verwachting dat deze wachttijden zullen stijgen tot wel 10 jaar!

De Woonvisie van het college omarmt het beleid om zogenoemde ‘scheefwoners’ uit de sociale woningvoorraad te krijgen en deze huurwoningen enkel beschikbaar te maken voor mensen met de laagste inkomens. Dat zorgt niet voor meer maar voor minder balans in de betaalbare buurten.