Vincent Smit, lector grootstedelijke ontwikkeling aan de Haagse Hogeschool

De Rotterdamse woonvisie gaat er prat op oog te hebben voor de noden van de middenklasse in Rotterdam. Deze huishoudens wijken uit naar Capelle aan den IJssel, Spijkenisse, Barendrecht omdat zij in de stad niets van hun gading vinden. De woonvisie wil hier iets aan doen. Met de sloop en omzetting van sociale huurwoningen en de nieuwbouw van middeldure en dure woningen worden hun mogelijkheden verruimd, zo is de teneur van de woonvisie. Is dit wel zo? Zijn Rotterdamse middenklassers gebaat bij deze woonvisie? Ik noem drie argumenten waarom dit naar mijn oordeel niet het geval is.

Ten eerste: zij worden, graag of niet, op de vrije markt geduwd en vooral voor de lagere middenklassers is dit geen onverdeeld genoegen. In de woonvisie worden huishoudens boven de inkomensgrens van de huurtoeslag (tot 30.000 euro per jaar) al tot de middenklasse gerekend. In Rotterdam hebben zo’n 43.000 huishoudens een inkomen boven deze grens en onder de grens van de doelgroep van de sociale huursector (35.000 euro) . Deze groep (13% van de Rotterdammers) wordt in de tabellen van de woonvisie buiten de goedkopere woningvoorraad gerekend. Door deze groep over te slaan wordt een “overmaat aan goedkope woningen” geconstrueerd. Maar er is geen andere stad in Nederland die zo’n lage grens van de doelgroep hanteert en de “overmaat” is kunstmatig.

Ten tweede: middenklassers worden tegen de bewoners van en vragers naar goedkope huurwoningen uitgespeeld. De ambitie om meer middelduur en duur in de stad te hebben, wordt in de nota gekoppeld aan het plan om 20.000 goedkope woningen te laten verdwijnen. Beoogd wordt een krimp van de voorraad goedkope woningen en een groei van de voorraad middeldure en dure woningen, terwijl de vraag bij beide inkomensgroepen toeneemt. In de woonvisie is het of-of, beter is én-én.

Ten derde: veel middenklasse gezinnen komen voort uit de sociale huursector. Deze sector is een kweekvijver voor sociale stijging.  Maar de woonvisie is bevangen door het idee om nieuwe (sociaal-economisch sterke) groepen van buiten aan te trekken, dit om een ‘nieuwe balans’ in de bevolkingssamenstelling te krijgen. Zo staat geschreven (p.18): “dit vereist een omslag in het denken: niet langer redeneren vanuit de marktvraag in het hier en nu, maar samen marktvraag creëren”. Hier, zo meen ik, gaan bevolkingspolitieke doelen en wensdenken hand in hand. Maar een stad mag en moet wel open voor iedereen zijn, om nieuwe groepen, van alle inkomenscategorieën, te ontvangen die in de stad mogelijk kunnen opklimmen. Een te krappe sociale en goedkope huursector leidt tot krimp van deze kweekvijver. Het zal ook leiden tot uitwijkgedrag naar andere goedkope huurwoningen en tot versterking van concentraties van armoede.

‘De woonvisie lijdt aan overspannen maakbaarheidsdenken inzake de samenstelling van de bevolking’

Bijeen genomen: de woonvisie lijdt aan overspannen maakbaarheidsdenken inzake de samenstelling van de bevolking. Dit helpt niet om aan de reële vraag van Rotterdamse middengroepen tegemoet te komen. Men is te druk met het creëren van een nieuwe marktvraag. Het goede nieuws is dat ook Rotterdamse middenklassers via het referendum kunnen laten weten dat er een betere woonvisie mag komen. Hierin mag dan wel meer ‘balans’ zijn, een veel gebezigd woord in deze woonvisie. Er is behoefte aan een visie waarin de vraag naar goedkope en middenklasse woningen in elkaars verlengde gezien wordt. Een visie waarin veel preciezer ingespeeld wordt op de echte woningvraag in plaats van op een abstracte, gewenste marktvraag. Deze woonvisie niet slopen, maar wel verbeteren.

Dit is een bewerking van de lezing bij het debat over de Woonvisie in de Leeszaal Rotterdam West op 2 november 2016.