Ik stem tegen de Woonvisie, niet omdat die geen ambitie heeft, maar omdat de ambitie van deze Woonvisie dat mensen met een laag inkomen niet meer welkom zijn in Rotterdam, mij tegen staat. De woonvisie wil het aantal goedkope huurwoningen niet alleen terugbrengen door sloop, maar ook ze duurder te maken en te verkopen.

Is er iets mis mee om nieuwe woningen te willen bouwen voor midden- en hogere inkomens? Naar mijn idee totaal niet, daar is behoefte aan en is ook ruimte zat voor. Zowel op de nu al braakliggende terreinen, op vroegere havenlocaties, industrieterreinen en op talloze plekken waar verdichting mogelijk is, kunnen er woningen bijgebouwd worden. Niet zo lang geleden becijferde Adriaan Geuze, in opdracht van de gemeente, dat er ruimte is voor 23.000 woningen extra binnen de ring. Het is nog een hele opgave om die te realiseren, want daar is vraag voor nodig en structureel is die vraag niet onbegrensd in Rotterdam. Alle voorstanders van de Woonvisie schermen nu met de overtekening van enkele nieuwbouwprojecten, maar dat is in belangrijke mate een inhaalvraag, niet zo gek na de jarenlange stilstand waarin het niet eens lukte om hele simpele eengezinswoningen te realiseren.

Er is ook niets mis met het vernieuwen van wijken waar de kwaliteit van de woningen slecht is en bewoners daarvoor kiezen. Heel veel bewoners hebben de afgelopen jaren daarmee ingestemd, zoals in Zuidwijk. Zij waren er voorstander van dat er nu ook koopwoningen te vinden zijn in die wijk die van origine uit alleen maar huurwoningen bestond. Sloop en vernieuwing horen ook bij de stad, bij Rotterdam. Wat is er dan mis met die Woonvisie?

Drietrapsraket tegen goedkope huurwoningen
Het belangrijkste probleem is dat het gemeentebestuur in deze woonvisie de zorg voor mensen met een laag inkomen niet serieus neemt, sterker: probeert het aantal bewoners met een laag inkomen sterk terug te dringen. Ze zijn niet meer welkom in Rotterdam. Het middel daarvoor is het verlagen van vooral het aantal goedkope huurwoningen. Dat gebeurt door het afschieten van een drietrapsraket. Als eerste is er de sloop van 11.000 goedkope sociale huurwoningen en 4.000 goedkope particuliere woningen. Ten tweede worden 10.000 goedkope sociale huurwoningen in prijs verhoogd, zodat ze niet meer betaalbaar zijn voor lage inkomens. Als derde worden er ook nog eens 8.000 goedkope sociale huurwoningen door de corporaties verkocht. Als zeer beperkte compensatie mogen er 5.000 nieuwe goedkope huurwoningen gebouwd worden, alleen voor ouderen of studenten. De goedkope sociale voorraad daalt van 118.600 naar 94.800 woningen. Naast deze drietrapsraket is er ook nog een ‘nabrander’: de gemeente heeft geen enkele invloed op de prijsstijging van de goedkope particuliere huur- en koopwoningen. Het aantal daarvan zal zeker verminderen als de prijsstijgingen op de woningmarkt doorzetten.

Is er dan geen overmaat?
Als de wethouder spreekt van een overmaat aan goedkope woningen, wijst hij steeds op een goedkope woningvoorraad van 168.000 woningen en een ‘primaire’ doelgroep van 125.000 huishoudens. Hij laat alle huishoudens met een inkomen tussen de € 22.000 en € 38.950 (alleenstaanden) of € 30.000 en € 38.950 (meerpersoonshuishoudens) buiten beschouwing, houdt te weinig rekening met meer zelfstandig wonen door ouderen en zorgbehoevenden en met de groei van statushouders. Er is dus helemaal geen overmaat. Er wonen ook mensen met lage inkomens in duurdere woningen (dure ‘scheefwoners’), in particuliere huurwoningen en in goedkope koopwoningen. Zo zijn er ook mensen met een net iets hoger inkomen die in een goedkope huurwoning wonen (goedkope ‘scheefwoners’). Dat zal in de toekomst niet anders zijn. Lage inkomens zullen niet ineens veel makkelijker een koopwoning gaan kopen en er zullen altijd ‘scheefwoners’ zijn omdat inkomensontwikkeling niet direct gevolgd wordt door een verhuizing, zo leert recent onderzoek opnieuw.

Iedereen kan op zijn vingers natellen dat als er nu een primaire doelgroep is van 125.000 huishoudens die primair op de goedkope sociale huurwoningen is aangewezen en die groep in de toekomst net zo groot is, het dan veel moeilijker zal zijn om een huurwoning te krijgen dan nu. Tegenover elk huishouden uit die doelgroep stond in 2000 nog 1,19 goedkope sociale huurwoning. Dat is teruggelopen naar 0,95 in 2014 en volgens de plannen van het college dient dat verder teruggebracht te worden tot 0,76 in 2030. Anders gezegd: van 6 goedkope huurwoningen voor 5 huishoudens in 2000 zijn we nu aangeland bij ongeveer 1 op 1, maar wil de wethouder dat nu verkleinen naar 3 woningen voor 4 huishoudens in 2030. Op dit moment is de benodigde inschrijftijd voor een sociale huurwoning redelijk. Voorwaarde is wel dat je geen specifieke eisen stelt aan wijk of kwaliteit van de woning. Een gezin met kinderen dat een goedkope 4-kamerwoning op Rotterdam–Noord zoekt, heeft het veel lastiger dan een alleenstaande die een 3-kamerflatje in IJsselmonde wil hebben. Die wachttijden zullen bij zo’n vermindering sterk oplopen.

Waarom wil de gemeente minder sociale huurwoningen?
De belangrijkste reden dat Schneider minder goedkope woningen wil staat op blz. 14. “Deze overmaat aan goedkope woningen heeft een aanzuigende werking op huishoudens in de primaire doelgroep van elders. Aanbod creëert vraag.” De wethouder wil nieuwkomers met een laag inkomen (niet alleen, maar wel regelmatig huishoudens met een migratieachtergrond) tegenhouden, die moeten maar ergens anders een huis zoeken. Dat heeft hij ook al gezegd bij de laatste discussie over de Rotterdamwet (zie tijdstip 3.00.00 bij de raadsvergadering waar Schneider aan het woord komt). Dat vindt Leefbaar Rotterdam nog steeds, zie het promofilmpje over Woonvisie. Het is in lijn met de discussie over de ‘allochtonenstop’ waar Leefbaar een voorstander van was in 2003 en met de uitspraken van Pim Fortuyn in 2002 dat Leefbaar Rotterdam het tij zou gaan keren.

Fortuyn sprak toen nog van gedwongen verhuizingen naar buurgemeenten en dat Rotterdam dat zou gaan betalen, dat zal het college en deze wethouder nooit zeggen omdat ze weten dat dat niet kan. Ze hebben een ander middel gevonden: breng het aandeel goedkope sociale huurwoningen terug, dat is ook effectief.

Rotterdam, open stad
Met alle goeds dat het college voor deze stad voorheeft, komt steeds weer de vraag op tafel wat voor een stad Rotterdam zou moeten zijn. Wordt een school dommer als er elk jaar nieuwe kinderen binnenkomen en kinderen van groep 8 vertrekken? Nee, dat begrijpt iedereen! Waarom zouden er dan naast midden- en hogere inkomens ook niet huishoudens met een lager inkomen welkom mogen zijn in Rotterdam? Wordt de stad daar slechter van? Absoluut niet, Rotterdam is altijd een open stad geweest en dat moet het vooral ook blijven. Daarom stem ik woensdag tegen de Woonvisie.

André Ouwehand woont in Rotterdam en is onderzoeker aan de Faculteit Bouwkunde van de TU Delft op het gebied van stedelijke vernieuwing en volkshuisvesting